Denkend aan een goede zin

‘Saai, saai, saai!’ Zo stond ze voor de spiegel.

‘Ik ga me maar eens lekker verwennen.’

Geen boek dat zo spannend begon.

 

Toch een slap motief de schuur

onopgeruimd te laten want daar liggen

dingen die van pas kunnen komen.

 

- dacht je.

 

Je denkt zoveel. Zoals aan de waarde

van het begin van een boek.

Bij een gedicht zijn het juist de laatste regels.

 

‘Ze trok haar benen omhoog

voor nieuwe dromen in de wacht

op een regenachtige namiddag.’

 

- dat schreef je.

 

 

Uit de bundel: Omwille van de thuisblijvers