OVER LARIE

Hoi Larie, 


Meteen de koe bij de horens gevat. Ik vind stofkorrels goud in uw poëzie maar zelden gaafheid (= de schat).

Dat ligt uiteraard aan mij. Ik wil dat het (uw poëzie) meer ZINGT, zeker ook omdat u neigt naar eenvoud en rijm. En blijk geeft van kunnen zien, kunnen horen wat achter woorden woont.

Dat u weet van muziek las ik in I wish I were twins (wél gaaf, trouwens, ik wou dat ik twee hondjes was...?) en wat u zei over Hagar Peeters. Maar probeer ik uw gedichten te zingen dan stoot ik me (aan 'n lelijk woord) en struikel (over gebrek aan ritme). Terwijl het geheim, de kern, de uitsmijter van het gedicht vaak zo begerenswaardig lonkt! Om voelbaar, aanschouwelijk te maken wat ik bedoel nam ik twee van uw verzen over de poëzie zelf

(vaak 'n zwaktebod van dichters -gebrek aan onderwerp- maar u overstijgt dat ruimschoots, gezien de pointes)

en herschreef ze naar mijn gedachten. Een waagstuk natuurlijk, maar wil van mij aannemen, in hoogachting uitgevoerd. 
Hu, hoe durft ze! denkt u misschien. Ik geef u dan geen ongelijk: u schreef niet om mij te laten zingen. Of wel? 
Deze pikte ik eruit omdat ik er zoveel Komrij-iaans in zie. Bedoeld? Erg leuk aan Komrij is het samengaan van

(wat ik nu maar even noem) platvloers- en verhevenheid. En ach, uw uitsmijter vind ik prachtig, echt wonderschoon. Dan moet het -comme Komrij- ook feilloos naar die schoonheid leiden... (zie bij Gedichten, Het ideaal gedicht, een verbeterde versie van Jolijn den Os). 
Deze koos ik omdat u zoveel blijk geeft van een scherpe blik op uzelf en de lol daarvan. Zelfkritiek (o lastpak en zegen!) siert. U bent ook liefdevol, kan ik lezen. Geen woord mag dan mis zijn, te kort schieten, afbreuk doen.