Op een vol balkon

doodstil, op het geruis

na van de trein

vulde ik tekstballonnetjes

met menselijke verlangens…

 

langs scha-pen

zonder tekstballonnen

leek me –

maar zeker weten?

 

en ik dacht aan

A is een aapje

dat hangt in een boom

 

en B is van Bakker

die bakt altijd brood,

terwijl ik haar zag staan.

 

Uit de bundel: Omwille van de thuisblijvers